Je moet door

Je moet verder met je leven. Je kunt niet bij de pakken neerzitten… uh, waarom niet eigenlijk? Wie bepaalt dat? Je kunt er ook gewoon mee ophouden. Als je klaar bent stop je er mee. Het hoeft niet als er niks aan is.
Als taxichauffeur, zo’n twintig jaar geleden, vielen me de schellen van de ogen. Veel van mijn, meestal aardige, mannelijke collegae wilden alleen in de nacht werken. Vrouwen kregen daarvoor geen toestemming. Te gevaarlijk. Arme bankroete bijstandsmoeders.
Het donker gaf meer fooi. Hoe zatter, hoe beter. Zwart geld. Geen belasting en vooral geen schuldsanering. Klussers, oud-mariniers, weduwnaars. Mannen zonder startkwalificatie, mannen met een strafblad. Pech, scheiding, fysieke malheur, ziekte, faillissement. Hoog of laag opgeleid, zonder het duister nauwelijks een bestaan.
Veel van die chauffeurs zaten er helemaal doorheen. Drankproblemen en eenzaamheid. Het water vaak hoog. Op de vlucht voor alles. Waardigheid bestond grotendeels uit overschreeuwen. Er het beste van maken. Of zoiets.
Eigen schuld. Een collectief mantra. Ik hoor het vaak. Falen is geen optie. Doe je dat toch dan wordt verwacht dat je zo snel mogelijk weer opstaat. Onze hulp bestaat uit wantrouwen, boetes, deurwaarders, vernederingen en tegenprestaties op Joods-Christelijke grondslag. Waarbij geacht wordt je leed in stilte te dragen. Niet voor jezelf maar voor anderen want het leidt af van een succesvol bestaan. Het recht op tegenslag is in de jaren tachtig komen te vervallen.
Hersenen zijn ook maar een orgaan. Zoals lever, hart en nieren. Te veel ellende, gezichtsverlies en stress en de boel gaat op tilt. Overuren draait je hoofd dan. Maar maatschappelijk functioneren kun je er niet meer mee. Elke ochtend herrijzen is al een hele klus, vechten tegen het isolement en de sociale druk een dagtaak. En dat duurt zo lang als het duurt. Sommigen gaan daar niet op zitten wachten.
Inmiddels ben ik twee decennia en tientallen licht verstandelijk beperkten, lichamelijk gehandicapten, vluchtelingen, verslaafden, Melkertiers, participanten, Wajongers, daklozen, sociaal onvaardigen en extreme slimmeriken verder. Zorg en welzijn. Zelf ook al een paar keer langs de afgrond gezeild maar er nog niet ingedonderd. Dat is geen verdienste, dat is puur mazzel. Ik ben niet sterk, ik red me niet en het komt niet goed met mij. Ik sta toevallig nog. En ik begin er zelfs weer een beetje lol in te krijgen.