Ik ben geen dagbesteding

Jouw adagium. We hadden direct een match toen je binnen kwam rijden bij het project Eigen Baas. Non-verbaal. Het leven was niet ons idee maar we wilden er allebei heel graag het beste van maken. Met ons kleine hartje en een iets te grote bek. Even oud. Klootjesvolk ook. Arbeidersmilieu.
Enig geboren zoon. Zwaar lichamelijk gehandicapt ter wereld gekomen. Voeten op tien over twee. In de sporen van je vader wilde je koerier worden en waarom ook niet. Je leven liep al op rolletjes. Inzet bij de training was een eigen bedrijfje, Vogelvrij genaamd. Een mooie dubbele betekenis.
Je koppigheid maakte je soms weinig geliefd bij zorgverleners. Je had echter vaak geen idee wat ze van je wilden, of hoe je moest reageren, omdat je het nooit had geleerd. Lomp en onbehouwen vonden ze je dan. Alsof jij om dit leven had gevraagd.
Toegegeven, zonder klik was de omgang ook niet altijd makkelijk. Je was geen allemansvriend. En wat je gelijk had. Je moest al genoeg accepteren. Maar met je voelsprieten was niks mis. Je zag het altijd als iemand wat mankeerde en je wist dat ook haarfijn te benoemen. Ontwapenend, overtuigend, emotioneel en bovenal onzeker. Een rolmodel. Dat was je graag en daar liet je je ook voor gebruiken.
Je kreeg uiteindelijk wat je wilde. Eenmaal aan het werk als transporteur werden de verhalen over het succes van je onderneming wel steeds sterker. Iets te. Je dromen waren werkelijkheid geworden en een mooie gelegenheid voor anderen om in woede je onbetrouwbaarheid aan te tonen. Onterecht. Een delier zo bleek later.
Ernstig ziek. Gevolg van een permanente katheter. Je had je ouders al zien verdrinken in chemokuren en dat wilde je beslist niet. Zelfbeschikking en waardigheid voor alles. Hersenspinsels werden bestreden met antibiotica en de pijn met morfine. Het naderende einde hield je grotendeels voor jezelf omdat je wilde blijven werken. Maar de euthanasie was al geregeld. Zodra je bedlegerig zou worden, o bittere ironie, was je er klaar mee.
In een terreinauto in Hella voor de supermarkt bereikte me het bericht dat je de geest had gegeven. Ik was moe van het harde werken en de korte nachten. Links en rechts ontsnapte een traan. Juist nu ik in IJsland zat! Toen ze je niet meer in de rolstoel konden hijsen was je zelf maar gegaan. Nog onverwachts, daarmee de huisarts een kloteklus besparend.
Geen fresia’s, aldus de rouwkaart, maar dat zullen we nog wel eens zien. Ik mis je.