De grijze mus

Na vier jaar dood en verderf had ik vorige week eindelijk de energie om me door de erfenis in natura van mijn moeder heen te werken. De dozen met foto’s, enveloppen en plastic zakken waren in mijn werkkamer beland. Omdat het leven gewoon verder struikelde had ik de moed nog niet gehad om eens lekker een flink potje melancholisch te gaan zitten doen.
Ma had al mijn rapporten van de lagere school bewaard. Ik heb geen enkel beeld van mezelf in die periode maar toen ik de resultaten zag heb ik nog drie keer gecontroleerd of het wel echt mijn naam was op de voorkant. Zes jaar lang een middelmatige MAVO leerling. Weinig creatief, matige fantasie, niet bijzonder muzikaal, traag tempo, slechte concentratie, slordig en niet goed met taal. Ik kon nog wel aardig rekenen en ik was geïnteresseerd in godsdienst. En samenwerken ging toen blijkbaar nog goed.
Ook de Citotoets zat in de grote bruine enveloppe en ik weet dat de uitslag een soort schok veroorzaakte bij Meester van Velzen en mijn ouders. Er werd besloten om me naar het VWO te sturen met de verwachting dat het op niks zou uitlopen. Een week later lag ik in het ziekenhuis voor een operatie in verband met een teelbaltorsie. Dat had veel meer impact dan de keuze voor een vervolgopleiding.
Mijn prestaties op de middelbare school waren eveneens onderdeel van de nalatenschap. En hoewel mijn hersenarchief over deze periode wat groter is kan ik me toch niet goed herinneren dat ik in bijna alle vakken slecht ben geweest. Zij het telkens in een ander jaar. Alleen mijn Frans was constant beroerd. Maar dat is de taal van De Zonnekoning en zo klinkt het in mijn oren ook. Ik heb het niet zo op dat soort figuren.
De indruk ontstaat dat ik nooit echt van plan ben geweest om mezelf te ontwikkelen. Toch had ik in die achttien jaar geleerd hoe je een bal kon trappen zoals Søren Lerby, hoe je het verschil kon horen tussen een zwartkop en een tuinfluiter en tussen een mineur en majeur akkoord. En hoe je gitaar kon spelen in een bandje, zelfstandig kon reizen en wat ik belangrijk vond in het leven en wat niet.
‘Maar is werken in het onderwijs dan niks voor jou?’, wordt mij vaak gevraagd. Nou, uh, nee. Ik geloof niet in een systeem waarin kinderen in een groep worden gevormd naar een ideaalbeeld. Verplicht. Dat lijkt me alleen geschikt voor kinderen die voldoen aan dat menstype. In alle andere gevallen is school de beste manier om te voorkomen dat je kroost zich snel ontwikkeld. Wat je allemaal wel niet had kunnen leren terwijl je leerplichtig was.
Sommigen vinden ook dat er aan mij een goede vader verloren is gegaan. Nog los van de vraag hoe vruchtbaar je nog bent na een torsio testis, zie ik weinig redenen waarom mijn genetisch materiaal moet worden doorgegeven. Laat staan dat je nakomelingen zo’n middelmatig leven moeten doormaken. Want meer dan een zeventje wil ik er toch echt niet voor geven.