Biodiversiteit

Vandaag had ik zin om me daar eens flink in te verdiepen. Het is tenslotte een populair thema. Na klimaatverandering misschien wel het warmste item in de huidige politiek. De wereld is druk bezig te vergaan en als pauzerend bioloog wist ik er eigenlijk maar bar weinig van.
Helaas reed ik het karretje al meteen vast in de modder. Bij mijn zoektocht naar een definitie kwam ik niet veel verder dan ‘de variabiliteit in organismen uit de gehele wereld, waaronder terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische verbanden waar ze deel van uitmaken; de diversiteit betreft de variatie binnen soorten (genen), tussen soorten en tussen ecosystemen.’ Kortom, biodiversiteit is de term die wordt gebruikt om de verscheidenheid van het leven op aarde aan te duiden. Afgesproken door de VN in 1992.
Een allesomvattende leegte, dit convenant. Het gaat namelijk over alles. In de hoop mezelf wat inzicht te verschaffen bleef ik dus nogal teleurgesteld achter. Mij was immers verteld dat de biodiversiteit afneemt. Alles dus. Maar kan er wel minder zijn van alles? En is het erg dat er wat minder van is? En waar is het dan gebleven?
Alles is ondergebracht in systematiek. En systematiek is niet alles. Het is een menselijke uitvinding. Een postzegelverzameling van keurig ingedeelde organismen, systemen en verbanden om het voor onszelf overzichtelijk te houden. Die verzameling is verre van compleet. We kennen het gros van de levende wezens en de bijbehorende ecologie niet eens. Hooguit tien procent als we de taxonomen mogen geloven. Wat erg vervelend is voor de onbekende plantjes en beestjes want die kunnen we dan niet redden. Ook ben ik bang dat we regelmatig discrimineren. Het kistkalf, de haarfollikelmijt, de teek, het pokkenvirus en de malariaparasiet worden echt niet voor vol aangezien.
We kunnen ons slechts richten op wat we wel hebben beschreven en ook nog leuk vinden. En dat lijstje geeft ons momenteel het gevoel dat er meer verloren gaat dan voorheen. Tijgers en zo, walvissen, neushoorns. Veel groot wild. Orchideeën. Complexe organismen. Als het uitgestorven is, is het ook echt weg. Lekker duidelijk. Een of nul. Daar houden we van. En het is onze schuld. Een zonde. Daar voelen we ons lekker bij. Misschien moeten we homo sapiens maar niet meer al te serieus nemen.
Mocht er onverhoopt in het Antropoceen toch iets nieuws ontstaan dan hebben we geen idee. We zien het namelijk niet. Er vliegen niet plotseling twintigduizend paradijsvogels rond van een nieuwe soort. Dat gaat geleidelijk, is gegarandeerd aan de gang nu, maar wij zijn blijkbaar niet meer instaat om dat te bedenken. Ongeschikt. Kun je nagaan hoe knap het was dat Darwin en Wallace het wel konden verzinnen. Die konden het nergens opzoeken.
Voor zover ik het altijd heb begrepen tijdens mijn studie is het leven een continu proces. Geen uitgebreide collectie met een codex. Soms zijn er wat meer soorten, soms wat minder. Afhankelijk van de omstandigheden. De variatie zit gewoon in DNA. Niks aan de hand. Net als het klimaat. Maar laat dat maar aan de VN over.